Jesus' blood never failed me yet

 






 

door Anneke Eijpe

 

De performance in de Antoniuskerk

Een alternatieve mis. Zo was het van te voren aangekondigd. En al bij binnenkomst in de Antoniuskerk is duidelijk dat mijn kerkbezoek deze keer anders dan anders is. In het voorportaal staan twee portable toiletten die ik altijd bij bouwvakkers zie, en binnen hoor ik spannende, bijna onheilspellende muziek. Eenmaal binnen is de kerk inderdaad niet meer de kerk zoals ik 'm ken. Het publiek is veel jonger, en niemand zit in de banken. De mensen lopen rond om de dia's te bekijken die in enorme afmetingen op de muren zijn geprojecteerd. Wat prachtig, denk ik, dat de kerk ook hiervoor wordt gebruikt. De afbeeldingen passen bij de onheilspellende muziek. Want: het lijken engelen, maar het zijn heel kwaadaardig kijkende engelen. Het beeld is me niet bekend. Het zijn niet die lieve dikke cherubijnen, of slanke engelen in blauwe jurken die ik tot op heden voorgeschoteld heb gekregen. Deze engelen kijken woest, bijna beangstigend. Op andere dia's staat een met bloed besmeurde man. De kerk is bijna helemaal donker. De dia's geven licht en er branden kaarsen bij de Pieta, het beeld van Heilige Antonius en het Maria-altaar. Hierdoor ziet de kerk er heel anders uit. Het altaar trekt niet de aandacht, noch de prachtige glas-in-loden ramen. De beelden, daar gaat het om.

En dan opeens, als iedereen heeft plaatsgenomen en de mis is aangekondigd, begint het koor Sophies Voice te zingen. Een contrast met de beangstigende dia's. Het gezang is mooi, hoog. Als een engelenschare die uit de hemel is neergedaald. Een gezang van een engelschare zoals ik me dat altijd heb voorgesteld. Lekker rooms. Maar ook hier word ik op het verkeerde been gezet, want binnen de kortste keren zingt het koor een lied van de oude, protestantse Bach. Zoals gezegd gaat het om een mis, een alternatieve mis weliswaar, en ook een preek ontbreekt niet. Een soort priester verschijnt op het altaar/podium. Hij is geblinddoekt, als een nietsziende Ún nietswetende vertelt hij twee verhalen. Het eerste verhaal is bekend. Een passage uit CorinthieŰrs, over de Heer die het brood breekt en de beker neemt en iedereen opdraagt dit te doen om Hem te gedenken. Het tweede is een vreemd lugubere Tibetaanse mythe. Iemand zoekt bovennatuurlijke krachten. Hij ligt bovenop een dood lichaam en heft een mantra aan. Net zolang tot het dode lichaam tot leven komt. Het voorheen dode lichaam steekt uiteindelijk zijn tong uit. De man (of vrouw) bijt de tong af. Het verhaal eindigt met de mededeling dat het lichaamsdeel, eenmaal gedroogd, magische krachten bevat. Ik snap het allemaal niet meer. Wat wordt hier nu bedoeld? Dat mijn geloof, mijn katholieke geloof, hetzelfde is als het geloof van de man in de tong. Is het geloven in de eucharistie hetzelfde als geloven in een afgebeten tong? Er is geen moment van stilte, en tijd om na te denken krijg ik bijna niet. Meteen is er weer muziek. Een triomfantelijke gospel met de tekst: " I hold my head up high, He is mine, all mine." Wie dan?? De dia's achter het altaar veranderen.

Ik zie drie afbeeldingen boven elkaar. Jezus in het midden, de engelen erboven, en een met bloed besmeurde man waar ik de duivel in zie, eronder. Het zijn dezelfde engelen als in het begin, maar ineens zijn ze niet meer kwaadaardig. Langzaam komen de beelden overeen met wat ik altijd heb gedacht: dat de duivel slecht is en de engelen goed. Dat het goede van boven komt en het slechte van beneden. Het klopt allemaal weer, denk ik, terwijl de koorleden het altaar/podium aflopen en mompelen: "Jesus' blood never failed me yet." Jezus blijft alleen, zonder engel of duivel, achter op de enorme dia.

Dit verslag over de performance is verschenen in februari 2000 in het parochieblad van de Antoniuskerk.