Hectische evangelisten vechten om elk zieltje.

 






 

Lokhorstkerk in Leiden toneel voor interactief geloofsexperiment

''wilt u met mij meekomen. En u ook, en u''. Een kleine man plukt willekeurig mensen achter hun kopje koffie vandaan. Gewapend met een zaklantaarn kidnapt de rondleider het groepje en leidt hen naar een zijkamer. De voorstelling 'de Evangelist' toverde zaterdagavond de Lokhorstkerk om in een strijdtoneel. Evangelisten buitelden over elkaar heen om hun 'ware geloof' aan de man te brengen.

Op een tafel in de duistere zijkamer van de zeventiende-eeuwse kerk zit een vrouw in het wit. Een lik aan de grote teen, en daar slaat ze met haar voet, in het licht van de zaklantaarn, een bladzijde om van de bijbel die voor haar ligt. Een bestuderende blik en verder gaat het groepje naar het oudste gedeelte van de kerk, de kelder. Daar in de vijftiende-eeuwse gebinten zit de voorzitter van de Remonstrantse gemeenschap. ''Vanavond zie u negen evangelisten, aan het eind van de avond mag u stemmen op uw favoriete evangelist. Laat uw hart spreken.''
Dan verder weer, naar de kerkzaal. Verlicht door kaarsen verschijnt een ladder tegen de muur. De trap naar de hemel? Een zwangere evangeliste klimt erop om de houten randen aan de muur af te stoffen. Verder gaat ze naar de kansel om ook daar het stof te verwijderen. In een deuropening staat een man. Hij houdt zijn jas open als een potloodventer. Op zijn ontblote bovenlijf prijkt een diaprojectie. Als bij toverslag verschijnen overal op de muur diaprojecties. Een man met de handen voor de mond geslagen. Een man met een wijsvinger opgestoken en in zijn andere hand een bijbel. Een man met een kruis tussen zijn tanden.

Dan klinkt een scherpe fluit. Iedere evangelist pakt een sinaasappelkistje. Het zijn dezelfde kistjes waarop vroeger de evangelisten boven de menigte uitrezen om hun geloof te verbreiden. Maar nu lopen ze op de bezoekers af en spreken hen rechtstreeks aan. ''Heeft u een doel in uw leven? En heeft u dat al bereikt?'' Een van hen gaat voor de zaal staan en eist alle aandacht op wanneer ze verder gaat. ''Je bent een individu met een doel in het leven. Dat is jouw doel. Zie het voor je. Dit doel ga jij bereiken. Laar je door niets of niemand tegenhouden, want het gaat om jou. De wereld draait om jou. Elke seconde kan een nieuw begin zijn. Breng je linkerhand naar je rechterschouder en geef jezelf een schouderklopje. En zeg daarbij tegen jezelf, Ik ben goed!''
''Sorry'', raast een ander er doorheen ''maar ik zou ook wat willen zeggen.'' Ze staat hoog in de zaal. Maar hoe ze ook schreeuwt, ze overstemt de ander niet. Dan volgt een schelle fluit. ''Gaan jullie nou maar lekker naar huis'', gaat de zwangere evangelist van start in de stilte die volgt. ''Vroeg of laat moet iedereen naar huis. Ik wil graag nog wat bidden. Heer schenk mij kracht om mijn kinderen de rijkdommen van de aarde te laten zien. Amen.''
Ondertussen nemen evangelisten uitverkorenen apart om hen in alle rust in een van de zitkamertjes te bekeren. Maar nooit wordt het verhaal afgemaakt, altijd is daar de onrust nog meer mensen te bereiken. Dan plotseling is het stil, verlaat iedere evangelist de zaal en zijn de lichtbeelden weer teruggekropen in de projector. Het blijft stil, er gebeurt niets en net als het publiek zich een beetje murmelend afvraagt of er nu een applaus hoort te volgen, staat een jonge enthousiaste toeschouwer op. ''Is het nu al voorbij? Ik wil nog helemaal niet dat het over is. Ik wil dit gevoel vasthouden.'' Links vraagt een oudere vrouw zich af of dit er bij hoort. ''Ik snap er niets van.'' ''Laten we elkaars hand vasthouden'', gaat de verkondiger verder. Het publiek begint ongemakkelijk te schuiven. Zijn oproep vindt enkel gehoor bij zijn linker en rechter buurman.

Dan keren onverwacht hectisch de evangelisten terug, die onder een opzwepende beat nog een laatste zieltje proberen te winnen. Ze rennen rond, dolgedraaid lijkt het, schreeuwend, tot het geluid van de kookwekker klinkt. De voorstelling is gaar. Tijd om te stemmen.

Gepubliceerd in het Leidsch Dagblad, 11 maart 2002.
Geschreven door Ilse Keuenhof.