Een flirt met God







Geschreven door Debby Spruyt

Sinds ons concept van kunst voorschrijft dat kunst 'vrij' en authentiek moet zijn, is het verbond tussen kunst en religie uit elkaar gegroeid. Religie is geen hoofdthema meer, maar wordt op verschillende manieren in de kunst ingepast. Een kunstenaar kan er voor kiezen' religieuze thema's te verbeelden vanuit een oprechte geloofssituatie, bijvoorbeeld moderne icoonschilders, maar ook niet-christelijken staat het vrij om gebruik te maken van de christelijke beeldtaal en thematiek. In dit geval koppelen de kunstenaars de christelijke symbolen aan eigen gevoelens, projecties en ideeën; ze gebruiken ze als metafoor voor universele begrippen zoals medelijden, troost, of voor het verbeelden van menselijke eigenschappen zoals het zoeken naar een zondebok en het opkomen voor de minder bedeelden. Dat doen naar mijn mening ook de meeste kunstenaars op de tentoonstelling Kruisigingen. Een andere moge!ijkheid en daarop wil ik hier dieper ingaan, is een meer gecompliceerde. dubbelzinnige houding ten aanzien van religie. De kunstenaar richt zich tot de christelijke beeldtaal omdat het religieuze hem fascineert. Hij probeert iets van het verloren ideaal terug te halen, maar wordt tegelijkertijd geconfronteerd met de onmogelijkheid ervan. Aan de hand van Salvador Dali, iemand die bij uitstek dubbelzinnig tegenover religie stond, zal ik inzicht geven in deze variant. De dubbelzinnigheid van Salvador Dali laat zich op allerlei manieren zien, in zijn persoonlijkheid, zijn carričre. in de afzonderlijke werken. Zelf beschouwde hij het dubbele als zijn redding en enige houvast Hij bedacht er zelfs een symbool voor in de vorm van een vorkvormige kruk die hij telkens terug liet komen in zijn surrealistische schilderijen. Zijn carričre laat zich splitsen in voor en na het jaar 1948, toen hij zich tot het rooms-katholieke geloof bekeerde. Voor die tijd kenmerkt zijn werk zich door een op verval geďnspireerde, hallucinogene vormentaal. Hij liet zich geen kans ongelegen om godslasteringen te uiten of om de kerk aan te vallen. Denk bijvoorbeeld aan de uitgesproken anti-klerikale film Age d'Or uit 1930, die Dali samen met Luis Bunuel maakte en waarin de priesters het raam uitzeilen. In de periode na zijn bekering legt hij zich toe op de (religieuze) thematiek en vormentaal van de Renaissance waarin volgens hem de 'religieuze kosmogonie' nog tot voedsel van de kunst kon dienen. Maar ook in de periode na zijn bekering biijft hij twijfelen:'The more I studied the sciences, the more I realised that everything religion tells us is true (...). But I still lacked that grace which is faith. That's more difficult ..]. It comes and goes. It oscilates". In zijn werken van na 1950 ligt dit ambivalente gevoel ten aanzien van religie besloten. Een voorbeeld is De Christus van de Heiliae Johannes van het Kruis. Het schilderii is gebaseerd op een tekening die de Heilige Johannes maakte van het Kruis (1542-1591) naar aanleiding van een visioen '. Door een truc met licht-donker contrast en perspectief lijkt de beschouwer op dezelfde hoogte als de gekruisigde Christus te zweven, die van een grote hoogte op de baai van Dali's geboorteplaats Figueras neerblikt. De verwarring die de aanschouwing van het doek teweegbracht zorgde voor zeer uiteenlopende reacties. In de Time werd het verworpen als 'trivial-. and singularly banal: Criticus Osbert Lancaster van Daily Express noemde het schilderij victoriaans,het deed hem denken aan een middelmatige academicus van Victoria's Royal Academy. Mede door de voor die tijd exorbitante hoge vraagprijs. Aanvankelijk L12.000 en na onderhandelingen tussen Dali en de Glasgow Art Gallery L8.200) kreeg het schilderij een enorme negatieve publiciteit. In de kranten werd het beschreven als a plece of skilled sensationalist trickery:'a piece of calculated melodrama: 'Glasgow's folly' en ln ten years you'll find it in the basement'. Tegelijkertijd waren grote aantallen bezoekers diep onder de indruk van het werk. Ook kerkelijke instellingen beschouwden het als een 'simple yet profound symbol which may be of service to the whole Christian Church' '. Dali's weergave van de religieuze thematiek wijst op een verlangen de tijd waarin men 'nergens meer in gelooft' religieus te bezielen. Door een barokke' verleidingsstrategie tracht hij als het ware een religieus gevoel bij de beschouwer op te roepen. Gezien de reacties slaagde hij daarin. In een interview zegt Dali dat hij in staat is om het religieuze patina, dat bovenal eigen is aan de werken van de oude meesters, aan een schilderij toe te voegen. Daarmee geeft hij impliciet toe dat bij hem het patina tot stand komt door schilderkunstige manipulatie van de verf ". Zijn concept van het religieuze bevindt zich daarmee definitief aan 'deze' en niet aan 'gene' zijde. Op de tentoonstelling Kruisiging vertoont Stefan Belderbos een aan Dali vergelijkbare dubbelzinnigheid. Met zijn installatie van geënsceneerde dia's en een videofilm toont hij een poging tot wederopstanding van Christus. Het gaat hem om menselijke begrippen als seksualiteit, pijn en lijden maar ook om een religieus aspekt als geestelijke controle over het onvoorspelbare lichaam. In tegenstelling tot Dali probeert hij met zijn kunst de religie niet te herinstalleren. Door een poging tot verbeelding van de wederopstanding en niet de wederopstanding op zich, geeft Belderbos de onmogelijkheid aan, om religie door middel van de representatie als realiteit op voeren.

 

Debby Spruyt is kunsthistorica en studeerde in 1995 af aan de Universiteit van Amsterdam met een scriptie over hedendaagse religieuze kunst. Zij werkte in het Chabot Museum in Rotterdam.