gevraagd: religieuze leiders m/v

 






 

Verslag van de expositie in de Studentenkerk

Een selectie uit het artikel dat Jan Huysmans heeft geschreven voor het boek Kaïn en Abel. Huysmans was pastor in de Studentenkerk ten tijde van de expositie en schreef o.a. over de reacties die het werk van Belderbos bij het kerkpubliek heeft opgeroepen.

Al meer dan vijftien jaar verbindt de studentenkerk van Nijmegen kunst en liturgie. Wat begon met de fantastische kruisweg van Albert Servaes in 1983, nog veelal als versiering en onderstreping van de lijdenstijd in de wat kale moderne ruimte van het stenen kerkgebouw uit de zestiger jaren, is in de loop der jaren uitgegroeid tot vele vormen van kunstzinnige aanwezigheid in de liturgie.

In de liturgie gaat het om aanwezigheid, werkelijke tegenwoordigheid, niet dogmatisch opgevat, nog minder dan middeleeuws reliek van een voorbije theologie, maar als een ervaren en beleefde werkelijkheid van God, in het menselijke spel van woorden, gebaren en rituelen. God is tegenwoordig naar de mate waarin mensen voor zichzelf en voor anderen tegenwoordig en present komen. Dit geheim wordt gevierd als een mysterieuze kracht die gevoeld wordt en beleden, bezongen en te proeven is, en soms te ruiken. De gebeden van het volk branden als wierook "tot voor Gods aanschijn", zoals Psalm 141 het van ouds uitdrukt. De geur en smaak, de lichamelijke kracht van symbolen wordt ervaren. Zo ook wanneer kunstwerken van welke aard dan ook op een artistieke architectonisch wijze de ruimte van het kerkgebouw 'aankleden'. (..) Beeldende kunst heeft een eigen zeggingskracht en de ruimte daartoe moet herondekt worden, kunstenaars zijn profeten en priesters; zij bemiddelen tussen deze en de andere werkelijkheid.

De kunstenaars
De kunstenaar Stefan Belderbos kwam met het idee een bijdrage te leveren aan de discussie naar "religieus leiderschap in deze tijd". Hij ontkleedt en ontmantelt de met autoriteit en macht behangen religieuze pausen, abten en kerkleiders van renaissance en barok. Hij fotografeert zichzelf en eigentijdse personen als mensen, die in angst en twijfel net zo tekort schieten als degenen die zij zouden willen leiden. Voor hem is de nieuwe religieuze leider (m/v) kwetsbaar, niet onfeilbaar, vooral menselijk, met een gezicht en voorkomen, naakt en onomwonden (ontmanteld) tussen de mensen staand. Zo zoekt en verwijst hij naar de wereld van het goddelijke. Hij fotografeert de werkelijkheid zoals hij die zich verbeeldt en maakt, maar ook zoals die werkelijk is. Daarin is hij naar mijn opvatting erg kwetsbaar, zwak ook volgens sommigen. Maar maakt zijn naaktheid hem niet enigszins onaantastbaar en zuiver? Hij heeft immers niets te verbergen. Hij zoekt en vraagt, ook om reacties van het publiek, juist in hun gevoel voor religieus leiderschap En hij heeft ze gekregen, veel: positief en negatief. "Het geloof wordt uitgekleed, dom, wat koud!" en "Wordt er vanuit lichamelijkheid nieuw leiderschap geboren?''. Aangetekend mag worden, dat het negatieve wordt gesteld, het positieve in vragende vorm aan ons voorgelegd. Een kenmerk van nieuw leiderschap?

2e vastenzondag
Thaborverhaal: Jezus, Mozes en Elia op de berg. De predikant, Peter Nissen, spreekt over religieus leiderschap in onze tijd en legt direct verband met de beelden van Stefan Belderbos: Innocencius. Belderbos orienteert zich op oude beelden van kerkelijke en religieuze leiders die zelfgenoegzame zekerheid uitstralen. Deze zelfgenoegzaamheid is alom aanwezig in de middeleeuwen en ver daarna. Zij is bijvoorbeeld heel duidelijk te zien in het oude (autoritare) beeld van Velazques, waarop Belderbos zich inspireert, maar is ook zichtbaar in een zekere arrogantie, waarmee Belderbos zich fotografeert, ontdaan van toog en superplie. Weet Belderbos het zo zeker? De autoriteit van toen, de arrogantie van de macht en de zelfgenoegzaamheid van de absolute zekerheid worden ontmanteld en ontkracht, maar wie is de God die spreekt en hoe kunnen we zijn/haar stem verstaan?

3e vastenzondag
Als bijzonderheid valt na deze dienst te signaleren, dat er van een spontaan georganiseerd gesprek over ''kunst en liturgie'' niet veel terecht komt. Wel worden de gevraagde reacties op de white-board steeds veelvuldiger en duidelijker van toon: ''Nou nee, ik vind de foto's goed. Schokkend en zo hoort het''. ''Waarom hoort dat?'' ''Weet ik niet.''

4e en 5e vastenzondag
Met grote stem uitgedaagd, snuivend en briesend als een paard, dat zich los schudt van zijn teugels - zo legt de predikant Rob Treep het verhaal van de opwekking van Lazarus prachtig uit. Heel lichamelijk, vol emoties en totaal menselijk is Jezus de nieuwe geestelijk leider; hij helpt werkelijk namens God, zoals in het teken van de blindgeborene; hij boetseert met speeksel en aarde als ware hij God zelf uit Genesis. Met autoriteit en gezag wekt hij Lazarus ten leven. Kunstenaars zijn het, die ons helpen dit bewust te worden.
Intussen neemt de kritiek vanuit de kerkbezoekers toe. Zijn deze beelden niet te confronterend en horen ze eigenlijk wel thuis in een kerk? Waarom niet, of juist daarom wel? Jezus' verhaal, dat naar een dramatisch hoogtepunt voert in de lijdensweek verhult niets, zeker niets menselijks.

6e vastenzondag
Inderdaad we gaan met een kleine trouwe gemeenschap van mensen de Goede of stille week in met een uitbundige viering van het Palmintochtverhaal. Kinderen zwaaien met buxustakken in overvloed Jezus, de Messias tegemoet. Het koor zingt: "Koning is onze God, zijn kleed is majesteit en kracht heeft hij aangetrokken" Als toeschouwer en meevierder op de achtste bank van de kerk zie ik de blote fotobeelden van Belderbos, waarop Theo Koster o.p. associeert met angst en fascinatie. "Angstig is het voor je ogen te zien hoezeer onze were]d geringeloord kan worden door louter macht, hoe diep wij ons durven bukken voor pure mannelijke potentie. Gelukkig doet niet iedereen hieraan mee. Het kind, dat in het sprookje van de keizer zegt: 'maar hij heeft niets aan', krijgt in het evangelie gezicht in de vraag van de bewoners van Jeruzalem: wie is dat, die daar op dat veulen?" Dezelfde vraag komt bij de predikant op bij de omgekeerde piëta's, waarop niet de moeder haar dode zoon op haar schoot draagt, maar welbewust over het dode lichaam van haar zoon heen stapt, over haar verdriet heen het leven tegemoet en zich niet laat overbluffen door potestas, potentie en irnponerend gedrag. Blijkbaar is de predikant geďmponeerd door de wijze, waarop de kunstwerken appelleren aan de concreetheid van mensen van vlees en bloed, met een eigen gezicht, open en bloot tot in je eigen breekbaarheid en naaktheid. Ben ik daarin groot, ben ik daarin degene, die ik tegenkom: mijzelf? Over de kunstwerken heenreikend, die aan de muur hangen en in de kerkruimte opgesteld staan, doet de liturgie een beroep op de "kunstwerken", die in de kerk naast je zitten, gemaakt naar Gods beeld en gelijkenis, onthullend en breekbaar.

Goede Vrijdag
Om drie uur verzamelt zich een vijftigtal mensen in het kerkgebouw en neemt plaats in een grote open kring, waar het koor reeds bezig is met in te zingen. Zij zullen nieuwe liederen zingen in deze "liturgische premičre". De dirigent componist, Maurice van Loon, verraadt dezelfde spanning als een kunstenaar, die voor het eerst met zijn product naar buiten treedt. De liturgie is vandaag gebouwd rond muziek, gecomponeerd op teksten die door de beide beeldende kunstenaars zijn aangereikt, en ook uit de aard van die teksten ontstaan. De muziek ademt de sfeer van lijden en aanklacht, dood ook, is gedragen, teder soms, en ontroert. Het is duisternis en licht. Het verstilt de aanwezigen in een grote spanning rond het kruis, dat omhangen is met een paarse doek. Breeduit omspannen de kruisarmen allen die in de kerk zijn als in een innige omhelzing. De fotografische werken van Belderbos zijn aanwezig als steeds groter wordende vraagstukken. Kunnen zij dit dramatische gegeven van Jezus' lijden en dood mee dragen en ondersteunen of raken zij op de achtergrond?
De kunstenaar zelf leest een tekst van Frederik van Eeden: "Daar is het Grote Licht, daar zult gij zelve zijn wat gij verlangt te kennen. Daar, - en hij wees naar het donkere oosten, - waar de mensheid is en haar weedom, daar is mijn weg. Niet het dwaallicht, dat gij gedoofd hebt, maar ik zal u begeleiden".
Tijdens de gebeden door het volk valt mij een bede op: "Geef ons religieuze mannen en vrouwen, die ook werkelijk leiders kunnen zijn". En steeds worden kaarsjes gebrand in het midden van de kring en langzamerhand ontstaat een groot lichtend kruis. Alle gebeden, gezegd en niet gezegd, lichten op, wierook brandt "tot voor Gods aanschijn" (Ps.141:2). De stilte is voelbaar in de aanwezigheid van allen.
Zou zo liturgie bedoeld zijn?

Artikel uit het boek ''Kain of Abel... Kunst in de kerkdienst: twee vijandige broeders?'' Onder redactie van G.D.J. Dingemans, J. Kronenberg en R. Steensma, Boekencentrum Zoetermeer 2000.