Open huis

 






 

Een artikel in de tentoonstellingscatalogus de verleiding van Antonius.

Stefan Belderbos


Zondag 15 september begon om 10.00 uur de dienst in de Antoniuskerk. Voor veel kerkgangers was dit de eerste kennismaking met de kunstwerken die dat weekend in de Antoniuskerk werden geëxposeerd. Hieronder volgt een verslag van Stefan Belderbos, één van de deelnemers en mede-organisator van deze expositie. In dit artikel gaat hij in op de uitwisseling van ideeën over religie, geloof en kerk tussen geloofsgemeenschap en kunstwerken tijdens de kerkdienst. In hoeverre is er sprake geweest van een echte ontmoeting tussen kunst en kerkgemeente en hadden beide partijen elkaar iets zinnigs te melden.

Kunst en kerk: een historisch overzicht.
De toepassing van beeldende kunst in de kerk kent een lange en rijke geschiedenis. Tot in de achttiende eeuw liep de kerk voorop bij het tonen van eigentijdse kunst. De kunst vervulde binnen de kerk taken op het vlak van geloofsonderricht, devotieversterking en versiering van het kerkgebouw . In de 19e eeuw trad er een duidelijke breuk op. De kerk begon met de verwijdering van eigentijdse religieuze kunst uit haar gebouwen. Volgens de theoloog Barnard werd deze nieuwe situatie het duidelijkst verbeeld met de weigering van de kerk om ‘Das Kreuz im Gebirge’ van Caspar David Friedrich als altaarstuk te plaatsen. Het schilderij werd in het museum opgehangen. Niet langer de kerk maar het museum was nu de plaats geworden waar men eigentijdse religieuze kunst kon bekijken .  Friedrich’s ‘Kreuz im Gebirge’ was het begin van een periode waarin kunstenaars de religieuze inhoud van hun werk losmaakten van het onderwerp op het schilderij. In Friedrich’s geval was het onderwerp het landschap, maar zijn schilderij had een onmiskenbare religieuze lading en betekenis. De scheiding van onderwerp en inhoud veroorzaakte binnen de kerk verwarring. De kerk bleef kunst verlangen met een expliciet religieus onderwerp en een bekende stijl. Zij toonde daarna bij voorkeur kunst die refereerde aan oude iconografische codes: schilderijen en beelden in de bekende neo-stijlen zoals neo-romaans en neo-gotisch. Sinds de jaren veertig en vijftig van de twintigste eeuw kwam hierin langzaam een omslag en werden steeds meer hedendaagse kunstenaars uitgenodigd om hun werk in de kerk te tonen. Binnen de katholieke kerk vormt de toespraak van paus Paulus VI in 1964, gericht tot de kunstenaars, hiervoor een belangrijke omslag: ‘ We erkennen dat ook wij u pijn hebben berokkend. We hebben jullie gezegd dat er een stijl bestaat waaraan jullie je moeten aanpassen; dat we die traditie hebben waaraan je trouw dient te blijven; dat we meesters hebben die jullie moeten volgen; dat we die canons hebben waaraan je niet kan ontsnappen. We vragen om vergiffenis.’

Alhoewel er nu weinig verschil van mening meer bestaat onder theologen en kunsthistorici over het religieuze en spirituele gehalte van veel twintigste eeuwse kunststromingen, en men hierin vele christelijke thema’s ontdekt, is er wel een discussie in hoeverre deze kunst geschikt is om permanent in de kerk te plaatsen. Toont deze kunst niet te veel een persoonlijke visie op kerk en geloof: Wijkt zij niet te veel af van de kerkelijke heilsboodschap. De autonomie van de kunstenaar lijkt vaak te botsen met de leer van de kerk. In praktijk werden maar weinig kerken in de twintigste eeuw verrijkt met werk van kunstenaars dat ook door de kunstkritiek van waarde werd geacht. De Antoniuskerk, met zijn neo-gotisch interieur, onderstreept deze situatie.

Kade Ateliers en de Antoniuskerk
Stichting Kade Ateliers heeft twee grote kunstprojecten (naar een concept van ondergetekende) in samenwerking met kerken uitgevoerd. In 2000 vond de performance ‘Jesus’ blood never failed me yet’ plaats in drie kerken in Utrecht en Amsterdam, waaronder de Antoniuskerk. Dit jaar heb ik samen met stichting Kade Ateliers de performance ‘De Evangelist’ georganiseerd in de Janskerk (Utrecht), de Broederenkerk (Deventer) en de Lokhorstkerk (Leiden).
Jesus’ blood never failed me yet werd gepresenteerd als een alternatieve kerkdienst waarbij diaprojecties en muziek de belangrijkste dragers van een diffuse religieuze boodschap werden. In de Evangelist stond het beeld van de ideale geloofsverkondiger centraal en streden verschillende verkondigers om de aandacht van het publiek. Het publiek werd tot jury gemaakt.
Met de organisatie van deze performances onderzocht ik de nieuwe grenzen tussen kunst en kerk en probeerde ik beide partijen op een intensieve wijze met elkaar in contact te brengen. De tentoonstelling de Verleiding van Antonius is een voortzetting van dit onderzoek. Voor het eerst hadden wij niet alleen toegang tot het gebouw van de kerkgemeente, maar waren de kunstwerken ook aanwezig tijdens de kerkdienst op zondag. Een deel van de kerkgemeente had de kunstwerken de dag er voor kunnen aanschouwen en er had tijdens een informele borrel op zaterdag in de kerk een gezellige uitwisseling plaatsgevonden tussen een deel van de kerkgemeente en de kunstenaars. Tijdens de dienst werd echter duidelijk dat voor een daadwerkelijke uitwisseling tussen kerk en kunstwerken meer nodig is.
De kerkdienst in de Antoniuskerk
Bij binnenkomst in de kerk werd de doorgang door het middenpad versperd door een tafel waarop de zangbundels lagen. Niemand kon meer door het kunstwerk van Mariëlle Vis heen de kerk betreden, dat als een nieuwe entree in de kerk was opgehangen. De gemeente liep om het kunstwerk heen naar de kerkbanken.
Plaatsgenomen in de banken bleef het duidelijk dat de kerk door de expositie was veranderd. Iedereen had in de bank een  tekening (van Wendy Kremer) voor zich hangen. De tekeningen varieerden in techniek en sfeer, zodat er voor iedereen wat wils was. Men kon plaats nemen voor die tekening die hem/haar het meest aansprak.
Als een onneembare muur van kasten en snoeren stond voor het altaar het kunstwerk van Matthijs Muller. Alle kleppen van de kopieerkasten stonden open en gaven het altaar het voorkomen van een onneembare vesting. Het werk van Muller, evenals de andere kunstwerken die stroom nodig hadden, stond echter niet aan. Door hen het licht en geluid te ontnemen verwerden vooral het werk van Belderbos en Muller tot onbegrijpelijke kunstskeletten.

Bij aanvang van de dienst maakte de pastor de gemeente attent op de kunstwerken. De kerk is tijdelijk veranderd, zo zei hij.  De kerk is een ontmoetingsplaats, en staat open voor iedereen: Dit weekend voor het geluid en de ideeën van kunstenaars uit onze wijk. Daarna vervolgde hij de dienst zonder nog naar de kunstwerken te verwijzen. De dienst verliep iets onrustiger door een aantal neveneffecten van de expositie. Op de flyers van Kade Ateliers was per ongeluk een verkeerde aanvangstijd van de dienst genoemd. Door de late binnenkomst waren de mensen die voor het eerst vanwege de expositie, de dienst bijwoonden, duidelijk van de vaste kern te onderscheiden. Verder deed de microfoon het niet: Om een kunstwerk uit te zetten was gebruik gemaakt van een schakelaar die ook de microfoon uitschakelde. De heilige communie werd gecompliceerd door het kunstwerk van Muller dat de gelovigen de gebruikelijke toegang tot het altaar ontnam. De pastor nam zijn toevlucht tot de paden aan weerszijden van het altaar. 

De gemeenschap van gelovigen liet deze ongemakken gelaten over zich heenkomen. De tachtig overwegend grijze hoofden, die zich gelijkmatig over de kerk hadden verspreid, gaven tijdens de dienst geen blijk van ongenoegen. Voor hen hield de pastor een prachtig betoog waarin hij het evangelie weer terugbracht naar de dagelijkse praktijk en waar vooral de nadruk op de morele boodschap werd gelegd: Wees aardig voor elkaar! Het kunstwerk van Uli Kürner herinnerde mij aan datgene wat ik mistte tijdens deze dienst. Zijn drie oranje staken wezen op de tekst  ‘+ deus’ op de muur achter de pastor zijn rug. Voor mij was ‘Deus’, of het mysterie omtrent ‘Deus’ de grote afwezige. Het mysterie leek teruggebracht te zijn tot de boodschap ‘wees aardig voor elkaar’.
In vroegere tijden, toen kunst en kerk nog nauw met elkaar samenwerkten, vervulde de kunst soms de belangrijke taak om iets van het goddelijke mysterie voelbaar te maken. Tijdens deze dienst slaagden de kunstwerken hier niet in.

Gast en gastheer
Het idee dat kunst en kerk niet samengaan - de tijd dat kunstwerken uit de kerk moesten worden verwijderd - die tijd lijkt achter ons te liggen. De expositie toonde kunstwerken die soms zo aansloten bij de kerk dat sommige parochianen dachten dat ze er altijd al geweest waren (de vissen van Judith Dekker). Veel kunstenaars maakten ‘kerkvriendelijk’ werk. Maar ook de kerk stelde zich kunstvriendelijk op. Het drieluik van Arjan Moscoviter, in de Antoniuskapel, toonde een laatste oordeel dat weinig heel liet van de verlossingsgedachte van de kerk. In zijn Oordeel kwam de hemel als mogelijkheid niet voor. Ook de werken van Uli Kürner en vooral Rika Detmers stonden inhoudelijk gezien zeer kritisch tegenover het instituut kerk. Al deze verschillende meningen, uitgewerkt in diverse technieken konden zonder problemen in de kerk worden getoond.
De kerkgemeente toonde zich een vriendelijke gastheer, die de deuren van zijn huis wagenwijd openzette. De kunstenaars toonden zich beleefde gasten, die weliswaar hun soms kritische mening lieten horen, maar de regels van het goede fatsoen niet uit het oog verloren. Maar had dit prettige, en niet al te lastige samenzijn een meerwaarde? Tijdens de kerkdienst naar mijn idee niet. De kunstenaars zochten elk naar een rol die hun werk binnen de kerk kon vervullen. Opvallend is dat de oude rollen die de kunst binnen de kerk heeft vervuld, vaak leken terug te komen. Judith Dekker vertelde het verhaal van de heilige Antonius: Geloofsonderricht? Marieke Kuperus verwees met haar foto’s naar het leed van de wereld en de troost van een (persoonlijke) religie: Een vorm van devotieversterking? Trix Arensman speelde in haar abstracte schilderijen een formeel spel met de kleuren van de clerus: Versiering van het kerkgebouw? Echter tijdens de dienst slaagden de kunstwerken er niet in om deze rol op zich te nemen. Naar mijn idee was het de al oude scheiding - die teruggaat op Friedrich’s ‘Kreuz im Gebirge’ - van onderwerp en inhoud die de kunstwerken de das om deed. Tijdens de expositie kon de toeschouwer rondlopen en had men de tijd om kunstwerk en omgeving in zich op te nemen. Men had voldoende tijd om niet alleen de vorm van het kunstwerk in zich op te nemen maar ook de achterliggende inhoud te ontvouwen. Tijdens de dienst ontbrak de tijd en gelegenheid. De aandacht was gericht op het altaar, de kerkbezoeker was grotendeels gekluisterd aan zijn bank. De kunstwerken hadden hulp nodig van de kansel om ook tijdens de dienst iets van hun inhoud en betekenis te kunnen prijsgeven.

De kunst kent mogelijkheden om een wereld voelbaar te maken achter onze dagelijkse realiteit - een venster te vormen voor een ongebonden religieuze beleving - Zij slaagde hier tijdens de dienst niet in. Wil zij deze functie kunnen vervullen dan heeft zij extra aandacht nodig. De combinatie van moderne kunst en kerk blijft nog steeds onwennig. Het woord zal gebruikt moeten worden om een verband aan te geven tussen kerkdienst/ritueel en kunstwerken. De kunstwerken, onmogelijk over het hoofd te zien in de kerk, bleken tijdens de dienst toch ‘onzichtbaar’. Zij konden niet zonder een handreiking van de kansel zodat ook hun inhoud en betekenis serieus kon worden genomen. 

Dit beschouw ik, terugkijkend op de expositie, als een gemiste kans, waar ik zelf als organisator deels verantwoordelijk voor ben. Naar mijn mening heeft het tonen van kunst tijdens de kerkdienst  juist op dit vlak een meerwaarde. Daar waar de kunstwerken buiten de kerkdienst prachtig aansloten bij de context van het kerkgebouw, verwerden zij tijdens de dienst tot onhandige en meestal betekenisloze obstakels. Wanneer men wil dat er een echte uitwisseling tussen kunstwerken en kerkgemeente zal plaatsvinden dan zullen zowel kunstenaars als kerkgemeente moeten kijken naar de rol die kunstwerken tijdens de dienst kunnen vervullen en daartoe ruimte voor vrijmaken. Behalve elkaar weer tolereren - op zich al een grote winst gezien het verleden - zal men meer in elkaar moeten investeren. De verleiding van Antonius  vraagt om een vervolg.

Noten
R. Steensma, In de spiegel van het beeld; Kerk en moderne kunst. Baarn 1987, pag 14

Nieuwe wegen in de liturgie. M. Barnard (red.) Zoetermeer 2002. pag. 24

P. Schmidt. In de handen van mensen. 2000 jaar Christus in kunst en cultuur. Leuven 2000. p. 239.