De nieuwe priesters

 






 

Door P. Chatelion Counet

"Er is ook een niet-verbale bijdrage aan deze bundel. Op de omslag van dit boek, voor- en achterzijde, prijkt een afbeelding van de kunstenaar/fotograaf Stefan Belderbos. Het is een allusie op een van de misschien wel meest fascinerende schilderijen van de twintigste eeuw, Persoon met vlees uit 1954 van Francis Bacon. De centrale figuur op dat schilderij is wel eens omschreven 'als een krijsende geestverschijning die uit een zwarte ledigheid opdoemt' (H.W. Janson); hij wordt omgeven door twee kadavers 'die licht lijken uit te stralen'. Bacon toont ons in dit werk -denk ik- een ver gevorderde vorm van desintegratie. De desintegratie van het pausdom, want de man tussen de kadavers is paus Innocentius X zoals Velázquez hem in 1650 -niet minder fascinerend- portretteerde. Op zijn beurt weer citeerde Velázquez Raphael en Titiaan, waardoor ons de betekenis van de kadavers duidelijk wordt. Het zijn de kardinalen in hun felrode togen die op het schilderij van Titiaan paus Paulus III (1546) en op het schilderij van Raphael paus Leo X (1518) flankeren. En aan dit citatengeweld heeft Belderbos een opnieuw fascinerend citaat toegevoegd. De Innocentius van Bacon en Velázquez is door Belderbos ontdaan van kardinalen, kadavers en onderkleding -de kleren van de paus zijn de kleren van de keizer- en blikt thans streng en trots voor zich uit, zonder overigens de indruk te kunnen wegnemen dat men hier naar een vleesgeworden fossiel kijkt. 'Desintegratie' is dood geworden. Je kunt twijfelen of je hier nog wel naar een levende kijkt. Niet eens een wond om je hand in te steken. Geen enkel bewijs van aanwezigheid. De Kerk verbleekt tot een schaduw op de muur. Maar tegelijk weet je: zoals deze man hier zit, zo zit hij er over tweehonderd jaar nog. Want hier zit geen mens maar een instituut. Een instituut dat niet van deze tijden is. Ook hiervan geeft de transparantie die Belderbos fotografisch vastlegde, blijk. Het is niet oneerbiedig wat we zien. We worden slechts herinnerd aan de fragiele naaktheid van het bestaan. Aan de kwetsbare conditie waarvan we ons, hoewel ermee geboren, alleen nog in de intimiteit van afgesloten ruimtes bewust zijn. Maar zij verlaat ons nooit. Hoe hard we ook proberen haar te bedekken. Daarmee is ook de sexuele connotatie geraakt. Innocentius is bij Belderbos bloot op een plaats waar we hem in zijn pauselijke onschuld niet bloot mogen denken. Dit benadrukt nogmaals dat sexualiteit -en niet de verknoping 'sex en procreatie' zoals Karl Derksen terecht opmerkt- tot de essentie van het (ook priesterlijke) mens-zijn behoort."

Uit het boek ''De nieuwe priesters'', onder redactie van P. Chatelion Counet. Uitgeverij Meinema/Zoetermeer 1999.